In Tsjechoslowakije

Waar komt de naam Nesvadba dan nu precies vandaan? Om dat te achterhalen zochten Jaro en ik als eerste naar gegevens over mijn grootvader, Florian Anton Nesvadba, geboren in 1862. Hem ga ik in dit verhaal als hoofdpersoon gebruiken, onder andere omdat over hem het meest bekend is, en hij degene is geweest die door zijn levensloop het mooiste verhaal oplevert.

Florian Nesvadba
Vragen over zijn naam ‘Nesvadba’ bij het archief van de gemeente Pardubice in Tsjechië, leverde de volgende informatie op. Florian Nesvadba, de vader van Florian Anton en daarmee mijn overgrootvader, trouwde op 31 oktober 1859 met Katharina Michaelec in Brandýs nad Orlici, een stadje ongeveer 150 kilometer ten oosten van Praag. Hij is dan 31 jaar. Zijn beroep is zadelmaker en hij is in dienst bij het 9de regiment huzaren van de Prins van Liechtenstein. Hij is gelegerd in Pardubice, ongeveer 40 kilometer ten oosten van Praag.
Katharina Michaelec, de vrouw van Florian en mijn overgrootmoeder, is 23 jaar oud als zij trouwen. Haar ouders wonen in Brandýs nad Orlici, het plaatsje waar hun huwelijk wordt voltrokken.
In de trouwakte staan ook wat gegevens over wederzijdse ouders van Florian en Katharina: de vader van Florian heet Josef Nesvadba. Hij leefde in het dorp Prilepy, in Moravië. De moeder van Florian, mijn betovergrootmoeder, heet Katharina Jurena. Zij komt uit de plaats Lukov, ook in Moravië. Na het huwelijk vestigt het echtpaar zich in Pardubice. De plaatsnaam Prilepy zullen we later in dit verhaal nogmaals tegenkomen…
[afbeelding 1]
Hier een foto uit 1894 van Florian Nesvadba, mijn overgrootvader. Op de foto draagt hij waarschijnlijk het Burgerlijk Kruis van Verdienste (in het Duits: Silbernes Verdienstkreuz), uitgereikt als beloning voor trouwe dienst en aanhankelijkheid, bewezen aan het vaderland, de Oostenrijks-Hongaarse monarchie en keizer Franz Josef I. Kenmerkend voor deze onderscheiding is het driehoekig gevouwen lint. Op internet komt Jaro het type medaille tegen, met complete beschrijvingen en herkomst. Het lijkt hem dat er minimaal een register zou moeten zijn over de uitreiking van de medailles. Dat is er ook. Wanneer hij navraag doet bij het betreffende Oostenrijkse staatsarchief krijgt hij –helaas- het bericht dat de naam Nesvadba niet voorkomt in het archief van dergelijke Kruizen van Verdienste. We krijgen via de medaille op de foto dus geen verdere informatie over deze Florian.
[afbeelding huwelijksakte]

Geboorte Albina Marie
In Pardubice wordt op 18 maart 1861 de dochter van Florian en Katharina geboren. Zij noemen het meisje Albina Marie. Aangezien later in de familie over “tante Blanche” wordt gesproken door wie?, lijkt het dat Albina zich later “Blanche” liet noemen. Ik vermoed: Albina werd Blanche.

Geboorte Florian Anton
Ruim een jaar later wordt hun zoontje Florian Anton geboren, op 7 augustus 1862. Opmerkelijk genoeg wordt in de registers van Pardubice zijn geboorte niet meer teruggevonden, wanneer Jaro ernaar informeerd in 2016; althans niet door een medewerker van het archief in die plaats. Wel is een doopcertificaat bewaard gebleven, gedateerd op 17 februari 1869, waarin Pardubice als zijn geboorteplaats wordt vermeld.
[Zie afbeelding 3]
We maken een stap in de tijd: op 2 juli 1879 ontvangt Florian Anton zijn middelbare-schooldiploma, afgegeven in de plaats Litomyšl, een plaatsje in de regio van Pardubice. Weetje: een van de faculteiten van de universiteit van Pardubice bevindt zich nu nog steeds in Litomyšl. Uit het diploma maken we op dat Florian Anton voldoende tot goede resultaten boekte, dat zijn gedrag goed was en dat hij hiermee toelaatbaar is tot de Polytechische Universiteit. Van het rapport is een kopie bewaard gebleven, geschreven en gewaarmerkt, in de nagelaten papieren van mijn neef Wim Nesvadba, ook een kleinzoon van Florian Anton.
[Zie afbeelding 5]

Florian Anton als militair
Na het behalen van zijn diploma in 1879 kiest Florian Anton voor een militaire loopbaan. Zijn keuze wordt misschien verklaard door het werk van zijn vader in het leger van de Prins van Liechtenstein. Florian Anton wordt per 1 september 1882 bevorderd tot cadet. Deze rang is bedoeld voor officieren in opleiding, in het Nederlandse leger vergelijkbaar met een vaandrig, wat de laagste officiersrang is. In een beschrijving van de manschappen van het 18de Boheemse Infanterie Regiment, anno 1885, komt cadet Florian Anton Nesvadba voor. Uit de beschikbare informatie valt af te leiden dat hij in ieder geval van september 1882 tot en met december 1885 deel uit maakte van het leger in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije.
[Zie afbeelding 6]

Op 13 april 1886 ontvangt hij een woonvergunning van de gemeente Prilepy-Holesov. Ontroerend is dat deze plaats als bestemming in zijn ‘laissez-passer’ wordt genoemd, die hij vlak voor zijn overlijden in Amsterdam in 1919 aangevraagd had. Een laissez-passer (Frans voor: sta toe te passeren) is een tijdelijk reisdocument afgegeven door een vertegenwoordiging van een land, om bijvoorbeeld na verlies of diefstal van een bijvoorbeeld een paspoort een inwoner van dat land in de gelegenheid te stellen te reizen over landsgrenzen. In de regel is het laissez-passer bedoeld om de houder ervan in de gelegenheid te stellen huiswaarts te reizen. Blijkbaar wilde Florian Anton terug naar zijn laatste woonplaats in zijn vaderland. Ik kom daar later in het verhaal nog op terug.

Opvallend is trouwens dat, ondanks zijn vertrek uit Oostenrijk en zijn vele omzwervingen, de documenten zoals zijn doopbewijs, zijn schoolrapporten, zijn woonvergunning enzovoort bewaard zijn gebleven. Heeft hij die zelf steeds meegenomen of zijn die later in zijn bezit gekomen? In ieder geval zijn nu familieleden in het bezit van deze papieren en wij hebben de kopieën ter beschikking gekregen.
In 1985 volgt een onverwachte vondst door Piet Worm, de broer van mijn moeder. Hij is bezig met de stamboom van de familie Worm en hij vindt bij toeval de registratie van een zekere Florian Nesvadba in het politieregister van Maastricht, jaargang 1887. De genoemde Florian Nesvadba is op dat moment 25 jaar, precies de leeftijd van Florian Anton Nesvadba. Pardiebitz is Pardubice, zijn geboorteplaats. Het is dus aannemelijk, op grond van de gevonden gegevens, dat het hier mijn grootvader betreft. Het valt verder op dat het merendeel van de vermelde personen uit Duitsland afkomstig is. Volgens het politieregister werd hij op 25 maart 1887 samen met een zekere Johann Timmers ontslagen uit het Huis van Arrest. Blijkbaar was diefstal de oorzaak van het verblijf aldaar. Onbekend is of de mannen elkaar kenden. Florian Anton heeft als beroep ‘koopman’, zo lezen we op de bladzijde.

Over de precieze aanleiding van zijn vertrek uit Oostenrijk en het leger is niets terug te vinden. In de tijd tussen het verkrijgen van de woonvergunning in Prilepy en zijn verblijf in de cel in Maastricht is er blijkbaar iets gebeurd dat zijn vertrek uit Oostenrijk heeft veroorzaakt. Misschien klopt het verhaal dat in de familie de ronde doet: hij zou tijdens zijn diensttijd betrokken zijn geraakt bij een duel. De afloop hiervan zou de directe aanleiding zijn geweest om te vertrekken. Jammer genoeg weten wij geen enkel detail van dit mogelijke duel.
In een brief d.d. 10 mei 1922 wordt melding gemaakt van zijn desertie uit het leger. Deze brief maakt deel uit van een aantal brieven, die betrekking hebben op het vaststellen van de juiste nationaliteit van de kinderen Nesvadba. Waarom dit nodig was in 1922 komt later aan de orde in dit verhaal.
We zagen al de woonvergunning die hij in april 1886 had gekregen. Opvallend hierop is het stempel met datum, dat op deze vergunning is geplaatst. De tekst van het stempel verwijst naar de “Oesterreich-Ungarischer Hilfsverein Aachen” en de datum is 25 maart 1887. Die datum is gelijk aan de vermelde datum in het politieregister. De vraag rijst: waarom werd er contact gelegd tussen de Hilfsverein en Florian Anton, en van wie kwam dit initiatief? In ieder geval had hij dit document bij zich op het moment dat hij in de cel terecht kwam. Mijn poging om meer informatie over deze organisatie te krijgen heeft geen resultaat opgeleverd.

De stap naar Indonesië
We pakken de draad weer op bij zijn aanmelding voor het Nederlandsch-Oost-Indisch leger in het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk, twee weken na zijn verblijf in het Huis van Arrest in Maastricht. Het besluit om dit contract te tekenen zal zeer waarschijjnlijk te maken hebben gehad met het feit dat hij, indien hij inderdaad was gedeserteerd, niet naar Oostenrijk terug kon keren. Het is ook nooit duidelijk geworden of hij door het tekenen van het contract zijn Oostenrijkse nationaliteit had verloren.
In de periode van 1814-1909 werd in Nederland actief geworven voor het leger in Oost-Indië. De Nederlandse wet stond namelijk niet toe dat dienstplichtigen uitgezonden werden naar het buitenland. Gelet op de achtergronden van degenen die zo’n contract tekenden, is een vergelijking met het Franse Vreemdelingenlegioen op zijn plaats.

Het besluit “Algemeene Orders voor het Nederlandsch-Oost-Indisch leger” van 4 december 1830 van de gouverneur-generaal Van den Bosch, geldt als het begin van een afzonderlijke koloniale krijgsmacht. In 1836 kreeg het leger het predikaat “Koninklijk”, op gezag van Willem I. In het gewone spraakgebruik werd dit predikaat bijna een eeuw niet gebruikt, en werd het overzeese leger steevast aangeduid als het (Oost-)Indisch leger. Pas nadat minister-president Hendrik Colijn, zelf voormalig officier in het koloniale leger, in 1933 het KB van 1836 ter sprake bracht, raakt de officiële benaming Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) ingeburgerd.
In dagbladen werd ook regelmatig melding gemaakt van het aantal personen die tekenden voor het leger en vervolgens werden uitgezonden.
Zie afbeelding 7

Misschien dat onderstaande advertentie ook verspreid werd in wachtlokalen van politiebureaus, een plaats waar met grote kans op succes, aandacht voor een baan in het Koninklijk Nederlands-Indisch leger werd gevraagd.
Door zijn handtekening te zetten nam mijn grootvader in feite de stap om Europa te verlaten. Hij zal zich de consequenties gerealiseerd moeten hebben. Zijn familie, zijn woning, misschien een relatie, alles bleef achter in Europa en enige zekerheid ooit terug te keren (waar naartoe?) had hij niet. Bedenk daarbij dat hij toen 24 jaar oud was.
Zie afbeelding 8, 9 en 10.

Hoe ging het buiten Europa verder met Florian Anton? Om daar achter te komen ik met Jaro, kleinzoon en achterkleinzoon, in november 2016 naar het Nationaal Archief in Den Haag. Na enig zoeken vinden wij in de duizenden documenten de naam Florian Anton terug. Wat blijkt? Van alle personen die een contract tekenden voor het Oostindisch leger werd hun staat van dienst nauwkeurig bij gehouden. Onder Suppletie nummer 32057 kregen we inzage in het stamboek van Florian Anton, opgesteld door het toenmalige Departement van Oorlog; de militairen buiten Nederland vielen niet onder het gezag van dat Departement maar onder dat van het Ministerie van Koloniën. Ter verduidelijking: suppletie verwijst naar het ‘aanvullen van het leger’ door militairen en in het stamboek komt te staan wanneer de persoon met welke boot is aangekomen in Indië, welke rangen hij of zij bekleedde en hoe de dienst werd verlaten.

De gegevens uit het Nationaal Archief bleken van grote waarde bij het verder kunnen beschrijven van het leven van mijn grootvader. Dat doe ik in het volgende hoofdstuk, dat begint met zijn vertrek naar Indonesië.

In Nederlands-Indië