Florian “Boebie” Nesvadba werd na de verhuizing in 1921 naar de Koninginneweg leerling van de Valeriusschool. Hij was toen acht jaar en zal vermoedelijk in de tweede klas zijn geplaatst. De klassenfoto is misschien de foto die standaard werd gemaakt van de 6e klas, het laatste schooljaar. In de bank voor hem zit Wim Verhelst; op school zijn zij vrienden geworden en dat zijn zij altijd gebleven.
Na de Valeriusschool ging hij in augustus 1925 naar de eerste klas HBS van het Sint Ignatius College aan de Pieter de Hooghstraat. Helaas werd hij in juli 1926 niet bevorderd naar de tweede klas. Vandaar dat hij in maart 1927, weer in klas 1B, een certificaat kreeg voor de tweede plaats bij een proefwerk Aardrijkskunde. Oom Schadee woonde in die periode korte tijd in Nice. Misschien dat diens afwezigheid van invloed is geweest op zijn leerprestaties.
Na terugkomst in Nederland vestigde oom Schadee zich in Amersfoort. In de woning aan de Emmalaan woonde hij samen met zijn zuster. Zij keerde omstreeks 1911 uit Indië naar Nederland terug, na het overlijden van haar man in 1906.
Het pand werd na aankoop ondergebracht in de NV Nesvadba.
Oom Schadee zorgde goed voor de kinderen Nesvadba. Als onderdeel van hun opvoeding maakte hij diverse reizen met Hansje, Greetje en Boebie.
Henri Kleyn, de latere echtgenoot van Greetje, maakte soms deel uit van het gezelschap.
Deze foto is in 1927 genomen voor café-tearoom Chalet Robinson, gelegen op een eiland in het Ter Kamerenbos in Brussel.
Het Chalet Robinson bestaat nog steeds, nu vermeld als “Brasserie”. Oom Schadee boekte de overnachting in Hotel Métropole in Brussel. Het hotel stamt uit de 19de eeuw en is nog steeds in gebruik.
Als het inderdaad in Tsjecho-Slowakije is dan zien we Oom Schadee met Boebie, Greetje en Hansje in gezelschap van, naar wij aannemen, familie van Florian Anton Nesvadba. Dan moet de oudere zuster van Florian Anton, Albina Marie (tante Blanche), op deze foto staan. Helaas ontbreken de precieze gegevens.
Zo te zien brengt Schadee een militaire groet met behulp van een vlindernetje!
Op 9 februari 1928 stuurde oom Schadee een felicitatiekaart naar Boebie. Opvallend is dat Schadee hem ‘Jan’ noemt. Boebie was in ieder geval leerling van het Ignatius College tot november 1928. Het laatst bewaarde bewijs is de kaart die hij in ontvangst mocht nemen als beloning van het resultaat van een proefwerk aardrijkskunde.
Eind 1928 plaatste Oom Schadee Boebie op de Rijks HBS in Amersfoort. De reden voor deze overplaatsing is niet bekend. Problemen in het gezin? Problemen op school? In ieder geval verliet hij de Koninginneweg op 7 januari 1929. In januari 1932 keerde hij terug, waarover later meer.
Op de gezinskaart van Henri Kleyn staat het vertrek van Boebie naar Amersfoort vermeld. Als nieuw adres is Paulus Buyslaan 3 opgegeven. Vermoedelijk een kosthuis, aangezien Schadee zelf op de Emmalaan woonde.
Het verblijf in Amersfoort heeft niet lang geduurd. Het derde leerjaar HBS werd op 7 juli 1929 gelukkig met succes afgerond, zoals blijkt uit een later afgegeven getuigschrift. Misschien is deze foto gemaakt tijdens een sportdag van de HBS. Op de foto stonden geen aantekeningen..
Oom Schadee besloot om Boebie over te plaatsen naar een kostschool. De keuze viel, net als voor Henk in 1922, op Instituut Wullings in Voorschoten. Deze chique jongenskostschool vestigde zich al in 1893 in villa Berestyn op het landgoed Berbice in Voorschoten. Als leerlingen kwamen voornamelijk jongens uit, zoals dat heette, de gegoede stand. Gezien de maatschappelijke positie van Oom Schadee een verklaarbare keuze.
Vanaf augustus 1929 volgde Boebie met goed gevolg de lessen en stevende hij af op het eindexamen HBS dat hem in juli 1932 te wachten stond.
De tijd op Beresteyn moet voor hem een tamelijk onbezorgde zijn geweest. Natuurlijk is een kostschool een surrogaat van een normale gezinssituatie, maar in feite had Boebie vanaf zijn vierde levensjaar geen gezinssituatie gekend. Eerst de scheiding van zijn ouders, dan twee jaar in Padang, dan het vertrek naar Amsterdam waar zijn vader al na twee maanden overleed. Vervolgens het verblijf bij de familie Kleyn, dat na ongeveer acht jaar overging in de korte periode Amersfoort en toen de kostschool in Voorschoten.
In zijn examenjaar besloot Boebie te stoppen met zijn verblijf op Beresteyn. Ondanks smeekbeden van Hansje en Greetje zette hij door en keerde in januari 1932 terug naar Amsterdam, naar de Koninginneweg. Waarom hij deze stap heeft gezet is niet bekend. Waren de resultaten niet goed, was het overlijden van Oom Schadee toch een te grote emotionele gebeurtenis geweest?
Boebie kreeg toegang tot de Academie voor lichamelijke opvoeding in Amsterdam. Daar leerde hij Iemtje “Kiek” Worm kennen. Na hun verloving trouwden zij op 6 december 1939. Er werden drie kinderen geboren: Florian Willem Pieter (schrijver van dit verhaal) in 1940 , Irma Blanche in 1944 en Olga Theodora Catharina in 1946.
Boebie overleed in 1983, mijn moeder in 2004. Zij zijn begraven op “Zorgvlied” in Amsterdam. Arpad Nesvadba, kleinzoon van Henk Nesvadba, is vanaf mei 2001 directeur van deze begraafplaats.
Oom Schadee speelde eigenlijk een stabiele rol op de achtergrond. Uiteraard gold dit voor alle kinderen Nesvadba en in feite ook voor een ieder die deel uit maakte van het gezin van de familie Kleyn, de plaatsvervangend voogd van de kinderen. Zoals eerder gezegd zorgde Oom Schadee voor zulke goede omstandigheden dat de vijf kinderen waarvan hij voogd was geworden, zich optimaal konden ontwikkelen.
Aangezien Boebie als jong kind Oom Schadee leerde kennen, heeft hij hem misschien meer ervaren in de rol van vader op afstand dan als voogd op afstand. De emotionele band die tussen hen beiden is ontstaan, werd zeker gevoed door de periodes waarin Oom Schadee hem, samen met Hansje en Greetje, wegwijs maakte in verschillen steden van Europa. Misschien dat Schadee ook heeft bijgedragen aan het kunnen opslaan van herinneringen aan de jaren in Medan. Tenslotte was Schadee de beste vriend van zijn vader geweest en kende hij daarnaast zowel de moeder van Boebie als de twee kinderen uit de eerste relatie van Florian Anton. Als er vragen zouden zijn geweest, dan zou Oom Schadee die zeker hebben beantwoord.
Later is ook duidelijk geworden dat Oom Schadee niet alleen zorg heeft gedragen voor een stabiele financiële basis voor de periode als de kinderen volwassen zouden zijn, maar ook voor de periode daaraan voorafgaand. Boebie werd door zijn omgeving ervaren als iemand die zeker geen gebrek aan (zak)geld kende.