Waarmee dit verhaal begon
In een mail aan mijn neef Henri Kleyn, sprak ik over het ‘Indisch’ bloed in onze familie. In zijn antwoord bracht hij naar voren dat ‘Indisch’ bloed als zodanig niet bestaat. Hierdoor werd ik nieuwsgierig naar het ontstaan van de uitdrukking ‘Indisch’ bloed en naar het moment dat ‘Indisch’ bloed in onze familie zijn intrede heeft gedaan. De resultaten van mijn naspeuringen gaven aanleiding om de oorsprong van ons ‘Indisch’ bloed op papier te zetten. Toen dat langzamerhand gereed was, gaf ik toe aan de verleiding om ook te achterhalen welke rol het begrip ‘Tjampea’ in de familiegeschiedenis heeft gespeeld. In verhalen van mijn ouders kwam het woord ‘Tjampea’ wel eens voor, uit brieven die ik later in handen kreeg begreep ik dat het omstreeks 1938 binnen de familie een beladen onderwerp was. Hieronder staat het verhaal dat mijn speurwerk opleverde.
Door de zoektocht naar bijzonderheden over het leven van mijn grootvader Nesvadba en de beide moeders van zijn kinderen, kwam ik veel meer te weten over de Indische achtergrond van de familie Nesvadba. Door hier gebruik van te maken heb ik een beeld gekregen van die personen en hun families in het voormalige Nederlands-Indië. Families, die aan de wieg hebben gestaan van de familietak Nesvadba, waar ik deel van uitmaak.
Er zijn twee lijnen te volgen, die van mijn grootvader Nesvadba en die van mijn grootmoeder Wetters. Het bleek dat de band met Indië in de lijn van oma Nesvadba veel verder terug liep dan ik mij had gerealiseerd. Ik begin bij de komst van Florian Anton in Nederlands-Indië, daarna bekijk ik de lijn van de kant van mijn oma’s ouders.
De lijn van mijn grootvader, de familie Nesvadba
De Nesvadba-lijn begint in dit verhaal bij mijn grootvader Florian Anton Nesvadba (1862-1919), die op 7 april 1887 een contract tekende bij het Nederlandsch-Oost-Indisch leger, het latere KNIL. Op 25 mei van dat jaar zette hij voet aan wal in Nederlands-Indië, om na ruim 30 jaar, op 30 oktober 1919 in Europa terug te komen. Florian Anton zal als vrijgezel zeker hebben uitgekeken naar een partner. De omgeving waarin hij leefde was echter niet van dien aard dat huwbare Europese, c.q. Nederlandse meisjes interesse zouden hebben voor deze jonge Duitstalige KNIL-soldaat, woonachtig in een kazerne.
Vrijgezelle jonge mannen leerden geregeld inlandse meisjes kennen, vaak voor het verrichten van huishoudelijk werk. Als de relatie hechter werd, werden de meisjes ‘Njai’ genoemd en in veel gevallen werden zij moeder van de kinderen die uit de relatie werden geboren.
Ook Florian Anton kreeg een relatie met een inlandse vrouw en op 3 juli 1896 wordt een dochter geboren, Cornelia Catharina Maria Anna. Corrie Nesvadba is het oudste kind van mijn grootvader en zij is het eerste kind uit die tak van de familie.
Pas bij de geboorte op 22 januari 1899 van het tweede kind, een zoon, komt de naam van de moeder in beeld. Deze zoon wordt op 16 juni 1899 bij de burgerlijke stand aangegeven. Als moeder van Florian Anton Eduard (Eddie) wordt de inlandse vrouw Djassi genoemd. Deze aangifte staat gelijk aan de wettelijke erkenning van het kind. Aangezien er geen documenten bekend zijn over de moeder van Corrie, staat het niet vast dat zij ook de moeder van Eddie is.
Uit het latere huwelijk van Eddie met Hermine (Wiesje) Fliers is op het moment van dit schrijven de zesde generatie van deze tak aanwezig. Ook in de familielijn van Hermine Fliers zijn gemengde huwelijken te zien. Haar grootvader was getrouwd met de inlandse, waarschijnlijk Molukse, vrouw Tria Maria.
Corrie Nesvadba is gehuwd geweest, maar het huwelijk bleef kinderloos.
Het begrip ‘Indo’ stamt uit het begin van de 20ste eeuw. Hiermee werden de nazaten van Europeanen en inlandse vrouwen bedoeld. Eddie en Corrie maken deel uit van deze categorie. Maar Florian Anton zorgde door zijn latere huwelijk voor nog meer inbreng van inlands bloed.
In het verhaal gaan we naar het begin van de 20ste eeuw. Florian Anton werkt dan voor het KNIL als adjudant-onderofficier-opnemer bij de Topografische dienst, standplaats Buitenzorg. Daar maakt hij kennis met Johanna Henriëtte Theodore Wetters. Deze kennismaking leidt tot een huwelijk en tot het ontstaan van de 2de tak van de familie Nesvadba, door de 1ste tak later de “Hollandse” tak genoemd.
Over het lot van Djassi, na het huwelijk van Florian Anton met Jetje Wetters, is niets bekend.
De lijn van mijn grootmoeder
Van Johanna Nesvadba – Wetters is uit verschillende bronnen na te gaan wie haar voorouders zijn. De bronnen die ik heb gebruikt zijn de internet-sites Delpher, Geneanet, Roosjeroos en Wiewaswie.
Daarnaast informatie uit het boek van P. R. Feith en P.C. Blois van Treslong: “De bekende landheer van Tjampea c.a., Willem Vincent Helvetius van Riemsdijk”.
De vaderskant van oma Johanna Nesvadba – Wetters, de familie Wetters
Uit stamboomgegevens blijkt dat omstreeks 1735 ene David Wetters in Lippstadt (Duitsland) werd geboren. Samen met Neeltje van de Oudewetering kreeg hij op 22 augustus 1764 in Amsterdam een zoon, Willem Gerrit. Deze Willem Gerrit gaat als jonge jongen in dienst bij de VOC en hij vertrekt in oktober 1784 naar Nederlands-Indië. Daar trouwt hij met Maria Bach. Zij krijgen twee kinderen, waaronder hun zoon Johan David.
In oktober 1815 krijgt Johan David Wetters uit zijn huwelijk met Johanna Brouwer, een zoon, Willem Samuel.
Op 27 juni 1855 trouwde deze Willem Samuel Wetters in Batavia met de inlandse vrouw Arpanie. Van haar weten we dat zij ook bekend was onder de naam Bitja. Zij werd gedoopt en kreeg de naam Johanna Rooze.
De relatie van Willem Samuel met deze Arpanie is zeer te vergelijken met de relatie van Florian Anton met de moeder van Corrie Nesvadba en met Djassi, de moeder van Eddie Nesvadba. Alleen bij opa Nesvadba leidde dat niet tot een huwelijk.
Willem Samuel Wetters en Arpanie kregen op 9 februari 1857 een zoon, Jacobus Samuel Wetters.
In Batavia, 22 jaar later, op 24 september 1879, vond het huwelijk plaats tussen Jacobus Samuel Wetters en Johanna Christina Olivia Senn van Basel, 20 jaar oud.
Blijkbaar was Johanna al lang in verwachting van haar eerste kind, want nog geen maand later, op 11 oktober 1879, werd mijn oma geboren, Johanna Henriëtte Theodore Wetters.
We zien dus via de Wetters tak, na het huwelijk van Willem Samuel en Arpanie, gemengd bloed in de familie stamboom.
De moederskant van oma Nesvadba – Wetters, de familie Senn van Basel
Van deze tak van de familie weten we dat in jaar 1710 Gabriël van Basel trouwde met Adriana Opmeer.
Hun zoon Hendrik trouwde in 1760 met Cornelia Bergwijk. Uit dit huwelijk werd in 1755 Matthijs Senn van Basel geboren. Het huwelijk van deze Matthijs met Margarethe Qerfelt bleef kinderloos. Wel had Matthijs bij de inlandse vrouw Moetiara van Batavia een zoon. Deze zoon werd kort voor het overlijden van zijn vader geadopteerd. Hij krijgt de naam Matthijs Adrianus Senn van Basel, geboren op 5 april 1802.
Het eerste huwelijk in 1824 van Matthijs Adrianus bleef kinderloos. Na het overlijden van zijn eerste echtgenote Johanna Kleijn in 1828, hertrouwt Matthijs in 1829 met Nah Ina, een inlandse vrouw. Matthijs en Nah Ina hebben twee zonen, Jan (1824) en Pieter (1830) Senn van Basel.
Op 28 oktober 1857 vindt het huwelijk plaats tussen Pieter Senn van Basel en Susanna Benjamins. Zij krijgen 10 kinderen, de oudste dochter is Johanna Christina Olivia. Zij is de latere echtgenote van Jacobus Samuel Wetters en dit echtpaar zijn dus de ouders van mijn oma Johanna Henriëtte Theodore Nesvadba – Wetters.
Als laatste de lijn van Hans Gerrit Nesvadba.
Uit de scheidingsakte van Florian Anton en Johanna Henriëtte blijkt dat de geboorte van Hans Gerrit (Hannie) de definitieve aanleiding is. Hannie is het kind uit een relatie van oma Nesvadba met iemand uit de kennissenkring in Medan. Van de vader van Hannie zijn geen gegevens bekend. In de familie werd wel een naam genoemd, maar officieel staat niets op papier. Een paar maanden na de geboorte van Hannie op 19 juni 1917 verhuisde Florian Anton met vijf kinderen naar Padang. Niet veel later vertrok oma Nesvadba met Hannie, bij de scheiding aan haar toegewezen, naar Batavia, later naar Bandoeng. Daar vond zij onderdak bij en later in de buurt van haar familie.
Op 22 december 1946 trouwde Hannie met Eveline Wetters, dochter van zijn oom Charles Wetters. Door dit huwelijk met zijn nichtje kreeg Hannie plek in de stamboom van de familie Nesvadba.
Hannie en Eveline hebben beiden Jacobus Wetters als grootvader. De moeder van deze Jacobus was de inlandse vrouw Arpanie en die kwamen we al tegen in de lijn Wetters.
Van Raymond Nesvadba, kleinzoon van Eddy Nesvadba, kreeg ik de aanwijzing dat ik in de beschrijving van de lijn van oma Johanna Henriëtte Nesvadba -Wetters haar ten onrechte liet voortkomen uit het huwelijk van Willem Adriaan Senn van Basel met Theodora Jacoba van Riemsdijk.
De juiste lijn laat zien dat de grootmoeder van Johanna Henriëtte, Susanna Jacoba Antoinette Benjamins, een kleindochter is van Willem Vincent Helvetius van Riemsdijk uit zijn relatie met Dekkan van Mandhaar. Deze lijn verklaart ook de plaats van Johanna Henriëtte in de groep erfgenamen van het landgoed Tjampea.
Raymond stelde het onderstaande diagram op. Hierin zien we de beschreven familielijnen en de generaties waarin de vermenging van Europees met inlands bloed plaats vond.
Tot slot
Het gebruik van het woord ‘Indo’ geeft aanleiding tot discussie. Maar maakt het ook deel uit van de heftige gesprekken over vormen van racisme, die in deze dagen worden gevoerd?
Coos Versteeg verwoordt in zijn artikel uit mei 2019 in het begin van mijn verhaal de positie van de “Indo” in de Nederlandse samenleving, Theodor Holman vraagt zich af of de “Indo” deel moet uitmaken van het debat over racisme.
Het artikel van Versteeg vond ik op zijn plaats als een inleiding op mijn verhaal, de column van Holman verscheen op 10 juni 2020 in het Parool. Een dag midden in een periode van demonstraties tegen alle vormen van racisme en discriminatie.
Het verhaal dat ik schreef, was in de eerste plaats voor mijzelf. Een vervolg op het verhaal over mijn grootvader Florian Anton Nesvadba.
Door de kontakten die ik heb met familieleden, die blijkbaar ook geïnteresseerd zijn in de familiegeschiedenis, hoop ik op reacties die bijdragen tot het behouden blijven van namen en gebeurtenissen uit de geschiedenis van onze familie.
De titel van het verhaal:
“Van waar? Van ver … Oh daarom!”
is weergave van het gesprek tussen twee riksha rijders die elkaar ontmoeten. De een ziet het vermoeide gezicht van zijn collega en vraagt waar hij vandaan komt. De ander kijkt hem aan meldt dat hij een hele reis achter de rug heeft. Hierop knikt de eerste vol begrip en zegt dat hij het begrijpt.
(Uit: Piekerans van een straatslijper, van Tjalie Robinson)
In deze zes woorden die worden gewisseld zit een heel verhaal. Ik meen dat de sfeer die in deze woorden naar voren komt, tekenend is voor de sfeer van een land en zijn bewoners, het land van ons ‘Indisch’ bloed.