De stap naar Nederlands-Indië

We pakken de draad weer op bij zijn aanmelding voor het Nederlandsch-Oost-Indisch leger in het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk, twee weken na zijn verblijf in het Huis van Arrest in Maastricht. Het besluit om dit contract te tekenen zal zeer waarschijnlijk te maken hebben gehad met het feit dat hij, indien hij inderdaad was gedeserteerd, niet naar Oostenrijk terug kon keren. Het is ook nooit duidelijk geworden of hij door het tekenen van het contract zijn Oostenrijkse nationaliteit had verloren.

In de periode 1814-1909 werd in Nederland actief geworven voor het leger in Oost-Indië. De Nederlandse wet stond namelijk niet toe dat dienstplichtigen uitgezonden werden naar het buitenland. Gelet op de achtergronden van degenen die zo’n contract tekenden, is een vergelijking met het Franse Vreemdelingen-legioen op zijn plaats.

Het besluit ‘Algemeene Orders voor het Nederlandsch-Oost-Indisch leger’ van 4 december 1830 van de gouverneur-generaal Van den Bosch geldt als het begin van een afzonderlijke koloniale krijgsmacht. In 1836 kreeg het leger het predikaat ‘Koninklijk’, op gezag van Koning Willem I. In het gewone spraakgebruik werd dit predikaat bijna een eeuw niet gebruikt en werd het overzeese leger steevast aangeduid als het (Oost-) Indisch leger. Pas nadat minister-president Hendrik Colijn, zelf voormalig officier in het koloniale leger, in 1933 het Koninklijk Besluit van 1836 ter sprake bracht, raakt de officiële benaming Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) ingeburgerd.

Misschien dat de volgende advertentie ook opgehangen werd in wachtlokalen van politiebureaus, plaatsen waar met grote kans op succes, aandacht voor een baan in het Koninklijk Nederlands-Indisch leger werd gevraagd. Door zijn handtekening onder het contract met het KNIL te zetten nam mijn grootvader in feite de stap om Europa te verlaten. Hij zal zich de consequenties gerealiseerd moeten hebben. Zijn familie, zijn woning, misschien een relatie, alles bleef achter in Europa en enige zekerheid ooit naar Europa terug te keren had hij niet. Bedenk daarbij dat hij toen pas 24 jaar oud was.

Hoe ging het buiten Europa verder met Florian Anton? Om daar achter te komen ben ik, zijn kleinzoon, met Jaro, zijn achterkleinzoon, in november 2016 naar het Nationaal Archief in Den Haag gegaan.

Na enig zoeken vinden wij in de duizenden documenten de naam Florian Anton Nesvadba terug. Wat blijkt? Van alle personen die een contract tekenden voor het Oost-Indisch leger werd de staat van dienst nauwkeurig bijgehouden. Onder suppletie-nummer 32057 kregen we inzage in het stamboek van Florian Anton, opgesteld door het toenmalige Departement van Oorlog.

De militairen buiten Nederland vielen niet onder het gezag van dat Departement maar onder dat van het Ministerie van Koloniën. Ter verduidelijking: suppletie verwijst naar het ‘aanvullen van het leger’ door militairen en in het stamboek staat wanneer de persoon met welke boot is aangekomen in Indië, welke rangen hij bekleedde en wanneer de dienst werd verlaten.
De gegevens uit het Nationaal Archief bleken van grote waarde bij het verder kunnen beschrijven van het leven van mijn grootvader. Dat doe ik in het volgende hoofdstuk, dat begint met zijn vertrek naar Nederlands-Indië, het huidige Indonesië.