Levensloop van Henk

Henk Nesvadba zag zijn toekomst bij de marine. Voor het behalen van het HBS-diploma verliet hij de Koninginneweg om te worden ingeschreven bij het internaat van Instituut Wullings in Voorschoten, in feite een kostschool voor jongens van “gegoede huize”. Oom Schadee zal deze school ongetwijfeld voor hem hebben uitgekozen.
Bij zijn aanmelding voor de marine stuitte hij op de vraag naar zijn nationaliteit. Om hier een antwoord op te kunnen geven richtte Schadee zich in oktober 1921 tot de minister van Buitenlandse Zaken. Dit verzoek leidde tot een briefwisseling tussen Schadee en het ministerie, die voortduurde tot juni 1922.
Op 23 april 1923 wordt Henk gekeurd voor militaire dienst. Volgens de militiekaart op zijn naam verblijft hij in Voorschoten (Instituut Wullings) op de afdeling HBS, als voorbereiding op aanmelding op de Cadettenschool in Alkmaar. Deze school diende als tussenstation voor toelating tot de Militaire Academie in Breda. De Cadettenschool werd echter in 1924 opgeheven en dit was misschien de reden van de keuze voor de Koloniale Landbouwschool in Deventer. Ook zijn plaatsing bij de infanterie in plaats van bij de marine, waar hij zo graag naar toe wilde, zal aan de keuze voor Deventer hebben bijgedragen.
Het is aannemelijk dat oom Schadee aan Henk heeft voorgesteld naar Deventer te gaan voor de opleiding aan de koloniale landbouwschool. Een carrière in Indië lag daarna natuurlijk voor de hand. Henk kreeg in december 1923 uitstel van eerste oefening en dit werd jaarlijks verlengd tot en met zijn examen in 1926. Henk ging naar Deventer en slaagde daar in 1926 voor het examen.

In Deventer leerde Henk Betty van der Woerd kennen. Op 15 juli 1926 verloofden zij zich.
Na het behalen van het diploma in Deventer werd Henk op 3 januari 1927 alsnog opgeroepen voor actieve dienst. In oktober 1927 ging hij als sergeant met groot verlof. In verband met zijn vertrek naar Nederlands-Indië bleef hij overzee dienstplichtig tot augustus 1939.
Henk vertrok in november 1927 naar Sumatra, waar hij werk had gekregen bij de Deli-Batavia Rubber maatschappij. Gezien de functie van Schadee bij de Deli Maatschappij, zal deze relatie beslist een rol hebben gespeeld.
Het huwelijk met Betty werd op 27 oktober 1928 gesloten, een zogenaamd ’huwelijk met de handschoen’ aangezien Henk in Indië was en Betty in Deventer.
Kort na de huwelijksdatum vertrok Betty naar Medan. Op de passagierslijst van het passagiersschip ms. P.C. Hooft komen wij haar naam tegen.
Henk werd administrateur op de onderneming Dolok Oeloe. Op deze onderneming werd de afgetapte rubber verwerkt tot vellen, zogenaamde sheets. Bij zijn laatste verlof in 1952 bracht hij zo’n vel voor mij mee als presentje.
Bij de Deli maatschappij werkten meerdere administrateurs. In het archief van de maatschappij bevindt zich een foto van Henk en Betty Nesvadba in gezelschap van zijn collega’s.

De foto is van 1 januari 1935 en is waarschijnlijk tijdens de Nieuwjaarsborrel genomen.
In Europa was op 1 september 1939 Duitsland Polen binnen gevallen, met als gevolg de oorlogsverklaring aan Duitsland door Frankrijk en Engeland. Volkomen onverwacht viel op 7 december 1941 Japan de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbour aan. Door deze actie werden de Verenigde Staten betrokken bij een conflict in de Pacific, het gebied in de Grote Oceaan. De Tweede Wereldoorlog was een feit geworden.
Japanse verovering Nederlands-Indië
Tussen 7 december 1941 en 8 maart 1942 veroveren de Japanners achtereenvolgens Malakka, Borneo, Celebes, Ambon, Singapore, Sumatra en tenslotte Java. De Japanse troepen weten snel op te rukken en het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger) kan ze niet tegenhouden. Tijdens de strijd gaan tientallen oorlogsschepen en honderden vliegtuigen verloren. Duizenden militairen komen om of worden krijgsgevangen gemaakt. De Japanners zetten de Europese bevolking van Nederlands-Indië gevangen in kampen.
Ook het gezin van Henk en Betty Nesvadba werd in de oorlog door de bezetter geïnterneerd. Henk in een ’mannenkamp’, Betty met hun zonen Wim en Dick op een andere plaats. Na de oorlog, tijdens verlofperiodes, werd nauwelijks over die periode gesproken. Af en toe kwam het ter sprake en dan nog alleen als de volwassenen onder elkaar waren. Wim en Dick vertelden voornamelijk over kwajongensstreken. Pas jaren later werd duidelijk welke verschrikkingen zich in de kampen hadden afgespeeld.

In het mannenkamp Soengei Sengkol heeft Henk veel zorg besteed aan zieken en gewonden. Ook voor het begraven van overledenen was hij verantwoordelijk. Mede hierdoor dwong Henk veel respect af bij de medegeïnterneerden.
Dit bewaarde gedicht getuigt hiervan:
Heel veel later kwam bij de familie pas het besef dat de kampperiode voor Henk een onuitwisbare en zeer aangrijpende ervaring moet zijn geweest. Nu zou men waarschijnlijk spreken van PTSS, een posttraumatische-stressstoornis. Misschien was dit de oorzaak van zijn zelf gekozen overlijden op de onderneming Dolok Oeloe op 23 april 1952. Henk was kort daarvoor alleen teruggekeerd van verlof. Betty bleef met hun zonen Wim (1931-2013) en Dick (1934-1999) achter in Holland. Betty hertrouwde in 1957 met Jacques Schut. Zij overleed in Naarden op 31 mei 1995.