Vriendschap

Terug naar Florian Anton en de vriendschap met Willem Schadee.

Over de eerste aantoonbare ontmoeting tussen hen lazen we al in het artikel in De Telegraaf van 5 juni 1904. Gelet op de carrière van beiden, is het niet onwaarschijnlijk dat zij elkaar beroepshalve al op Java hebben leren kennen. Schadee was toen immers employé bij de Nederlandsch-Indische-Spoorwegmaatschappij en Florian Anton landmeter/opnemer. Misschien zelfs al in de periode dat beiden nog deel van het leger uitmaakten. Het kan in ieder geval een verklaring zijn voor het vertrek van het gezin Nesvadba naar Medan in 1902, ongeveer een half jaar na de benoeming van Schadee bij de DSM en diens aanbod aan Florian Anton om als opnemer te komen werken voor de Deli Spoorweg Maatschappij.

Dan gebeuren een paar opmerkelijke zaken in de loopbaan van Florian Anton bij DSM. Op 15 september 1904 ontvangt hij de aanzegging van een voorgenomen eervol ontslag in verband met het aflopen van de werkzaamheden bij de Deli Spoorweg Maatschappij.

Vermoedelijk verzoekt hij naar aanleiding van deze aanzegging om een getuigschrift, voor een nieuwe baan. Dit verzoek wordt ingewilligd en hij ontvangt hiervoor de betreffende brief.

Maar dan volgt een brief op 18 oktober 1904, van waarnemend administrateur Douzy, waaruit blijkt dat het voorgenomen ontslag wordt ingetrokken op grond van een bericht van de directie van de DSM.

Een merkwaardige gang van zaken, want niet alleen heeft hij blijkbaar al werk aangenomen bij de dienst Burgerlijke Openbare Werken, maar hij kan ook na afloop van het werk bij de B.O.W. zijn werk bij de DSM hervatten!

Aangezien een en ander pas na terugkomst van Schadee definitief kan worden, lijkt het er op dat Schadee vanuit Nederland invloed heeft uitgeoefend om Florian Anton in dienst van de DSM te houden. Een vriendendienst? Schadee verbleef trouwens op dat moment in Nederland in verband met zijn huwelijk met Louïse Bolomey op 6 oktober 1904. Florian Anton heeft dus toestemming gekregen om vanaf 1 november 1904 enige tijd in dienst van de B.O.W. te treden. Daarna zou in overleg met Schadee zijn positie bij de DSM opnieuw bepaald worden.
De bouw van openbare werken in Nederlands-Indië lag eerst in handen van de Verenigde-Oostindische-Compagnie, later overgegaan naar de Dienst Burgerlijke Openbare Werken onder toezicht van de regering. Het werk van Nederlandse ingenieurs en architecten is nog steeds zichtbaar in het hedendaagse Indonesië.

Schadee en zijn echtgenote arriveren eind december 1904 in Medan. Zij waren na hun huwelijk in Ginneken naar Indië vertrokken. Inmiddels werkte Florian Anton vanaf 1 november bij de B.O.W. Op 18 januari 1905 ontvangt hij een eenvoudig, handgeschreven, getuigschrift over de korte periode die hij daar in dienst was.

Na het beëindigen van de werkzaamheden bij de B.O.W. stemt hij in met het voorstel van de DSM om voor enige maanden gedetacheerd te worden bij Atjeh Tram. Zijn gezin blijft achter in Medan.
De volgende tekst geeft een indruk van de aard van de werkzaamheden in Atjeh:

“[…] De aanleg van de spoorbaan langs de noord- en oostkust van Atjeh geschiedde onder regie van de genie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, hiervoor werden Chinese koelies gebruikt, soms aangevuld met dwangarbeid door bewoners uit de buurt. Zodra een gedeelte van het baanvak gereed was werd het werkvolk per trein naar de bouwplaats gebracht. De infanterie en het Korps Marechaussee boden bescherming aan zowel de wegwerkers als het gerealiseerde baanvak. Vooral in de turbulente periode tussen 1897-1908 bleek de Atjeh Tram een zeer waardevol instrument bij het onder Nederlands gezag brengen van Atjeh. Veelvuldig werden de vliegende colonnes van het Korps Marechaussee in deze periode per tram snel naar een actiegebied gebracht waardoor het verrassingseffect groot was. […]“

Bij de bespreking van de voorwaarden die voor het werk bij Atjeh Tam van toepassing zouden worden, heeft Florian Anton blijkbaar vast gehouden aan financiële eisen, die hij heeft gesteld.
In de brief van de waarnemend administrateur Dozij aan de chef Aanleg, waarschijnlijk W. Schadee, komt dit duidelijk naar voren.

Na een paar maanden bij Atjeh Tram gaat dan alsnog per 1 juli 1905 het ontslag in bij de DSM, waarvan eerder sprake is geweest. Willem Schadee stelt ook het getuigschrift op.

Na zijn vertrek bij de Deli Maatschappij werkt Florian Anton in Medan als zelfstandig landmeter/opnemer. Als particulier landmeter werd hij soms nog door de B.O.W. ingehuurd voor meetwerkzaamheden.

De band van Florian Anton met Willem Schadee komt weer naar voren als Schadee bekend maakt naar Nederland te vertrekken in verband met zijn gezondheid. Als commissaris van de Maatschappij zet hij daar zijn werk voort. De Sumatra Post berichtte over het vertrek van Schadee.
Willem Schadee schrijft een afscheidsbrief aan zijn vriend Florian Anton. De laatste is in Siantar aan het werk en hij zal pas na het vertrek van Schadee weer terug in Medan zijn.
Uit de brief blijkt de vriendschappelijke band, maar toch is de toon tamelijk formeel. In de brief wordt ook geduid op de komst van Florian Anton naar Nederland en Schadee schrijft dat een ontmoeting misschien mogelijk is.
Schadee verblijft na zijn aankomst in Nederland in hotel Duivelsbrug in Ginneken, de plaats waar hij in 1904 in het huwelijk trad.

In het bevolkingsregister van Ginneken staat het echtpaar Schadee inderdaad in die periode vermeld. Het bijbehorende adres is Boschlaan 2, het adres van Hotel Duivelsbrug. Blijkbaar verbleven zij daar van 4 mei tot 4 september 1914. De naam Boschlaan werd na de annexatie van Ginneken door Breda in 1942 veranderd in Duivelsbruglaan.
Hotel Duivelsbrug is tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1944 door een brand na een bombardement verloren gegaan. De Duivelsbrug over het riviertje de Mark bestaat nog steeds. Jaro en ik wonen elk, nu in 2018, op korte afstand van deze plek. Er is overigens niets meer wat nog herinnert aan het hotel (ooit een kuuroord), noch aan het bombardement.
Na het verblijf in het hotel verhuist het echtpaar Schadee naar Heemstede. In het in die tijd ontwikkelde luxe villapark ‘Oosterhout’ koopt hij het pand aan de Linnaeuslaan 17. Later is dit deel van Heemstede, grenzend aan de Haarlemmerhout, door Haarlem geannexeerd.
Florian Anton blijkt in het jaar 1914 inderdaad in Nederland te zijn geweest, getuige de passagierslijst van de Prinses Juliana. Een reden voor deze reis is niet bekend. Ook is niet duidelijk of Schadee en Florian Anton elkaar ontmoet hebben.
In de familie wordt wel het verhaal doorgegeven over het feit dat hij op de heenreis een probleem had bij het van boord gaan op Malta, tijdens een tussenstop. Aanleiding kan natuurlijk zijn nationaliteit zijn geweest, zijn desertie uit het Oostenrijks-Hongaarse leger, gekoppeld aan het jaar 1914, het eerste jaar van de oorlog 1914-1918. Maar het kan ook een reguliere tussenstop zijn geweest, want Malta was tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal gebied en werd onder andere gebruikt voor het debarkeren van opgepikte drenkelingen. Ee en ander is in ieder geval geen belemmering geweest voor zijn terugkeer naar Medan.