Willem Hendrik Maurits Schadee werd op 26 juli 1868 geboren in Wamel, een dorp aan de Waal tegenover de gemeente Tiel. Hij is het zevende kind, van de 13 kinderen, in het gezin van Adam Schadee en Suzanna van der Goes. Na het lager onderwijs wordt hij ingeschreven aan de Hogere Krijgsschool, afdeling van de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In het kader van deze opleiding vertrekt hij naar Nederlands-Indië. Opmerkelijk is dat van de 13 kinderen 7 in Nederlands-Indië zijn terechtgekomen. Drie broers van Willem volgden ook een militaire opleiding. In juli 1889 wordt hij benoemd als tweede luitenant bij het Wapen der Genie van het leger in Nederlands-Indië.
Willem slaagt in juni 1890 voor het eindexamen van de krijgsschool. Opmerkelijk is de naam van 2e luitenant F. Bolomey, die wij lezen in de lijst van de geslaagden. Schadee huwde namelijk in 1904 met Louïse Bolomey. Het huwelijk vond plaats in Ginneken, toen nog een gemeente bij Breda. Zou het een zus van zijn studiegenoot zijn geweest? Schadee was toen ongeveer 36 jaar en dus op een leeftijd dat er misschien door zijn werkgever werd aangedrongen op een huwelijk met een Europese vrouw. Een actie die in die tijd in Indië niet ongebruikelijk was.
In 1896 neemt hij ontslag uit het leger om als ingenieur verder te gaan, in dienst van de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij. In die functie was hij betrokken bij de aanleg van de spoorweg tussen Djokja en Magelang.
In 1899 verliet hij deze maatschappij en vertrok naar Medan om zich daar te vestigen als Gouvernements-landmeter. In krantenartikelen van dat jaar blijkt dat deze benoeming enige reacties ten gevolge heeft gehad. Het vermoeden bestond dat Schadee naar deze functie solliciteerde om later plaats te kunnen maken voor zijn broer Aert, die op dat moment in het leger voor bevordering tot majoor in aanmerking kwam.
De financiële consequenties, te weten de pensioenrechten, waren blijkbaar van dien aard voor deze broer, dat Willem Schadee als “tussenpaus” ging optreden. Deze advertentie in de Sumatra Post van 17 april 1899 laat zien, dat Schadee als zodanig daar werkzaam is.
In Medan woonde behalve Willem Schadee ook zijn broer Aert Schadee en zijn zuster Suzanna Sonnenberg-Schadee. Uit berichten blijkt dat Suzanna op 14 september 1899 is overleden na het eten van giftige garnalen. Zij was 28 jaar.
Haar echtgenoot, ook ziek geworden na deze maaltijd, herstelde na enkele weken.
In 1901 vraagt Schadee op zijn eigen naam een concessie aan voor het aanleggen van een spoorlijn in het gebied ten zuiden van Medan. Hij verkrijgt de concessie en vertrekt vervolgens naar Nederland, vermoedelijk voor het werven van fondsen om het project te kunnen realiseren.
In augustus van dat jaar keert Schadee terug in Medan. De concessie wordt uiteindelijk niet gerealiseerd, misschien door het feit dat de Deli Spoorweg Maatschappij intussen belangstelling voor hem had gekregen. De DSM was namelijk al bezig met het aanleggen van een aantal spoorlijnen. Bovendien bood DSM Schadee een functie aan.
Op 28 oktober 1901 wordt hij aangesteld als sous-chef van de afdeling Aanleg van de DSM. Vervolgens wordt Schadee op 15 januari 1905 bevorderd tot waarnemend administrateur van de DSM en op 1 mei van dat jaar tot administrateur.
Na zijn terugkeer naar Nederland in 1914, vanwege gezondheidsredenen die hem later opnieuw parten zullen spelen, werd hij benoemd tot commissaris van de DSM. Zijn benoeming tot directeur volgde op 1 januari 1919. Dat is hij tot april 1923 gebleven.
In 1918 publiceerde Schadee zijn eerste deel van de Geschiedenis van Sumatra’s Oostkust. Zijn verbondenheid met de Oostkust van Sumatra werd in 1916 al duidelijk door het aannemen van de functie van archivaris bij het “Oostkust van Sumatra-instituut.”
Op 18 januari 1919 overlijdt zijn echtgenote Louïse Bolomey. Als directeur van de DSM maakte hij in de periode 1919 tot en met 1923 nog twee dienstreizen naar Deli. Tijdens zijn verblijf in Batavia in december 1919 werd hij op de hoogte gebracht van het overlijden in Amsterdam van zijn vriend en voormalig medewerker Florian Anton Nesvadba.
Na zijn terugtreden als directeur van DSM, zijn gezondheid liet niet toe dat hij actief kon blijven in die functie, volgde wederom in 1924 een benoeming tot commissaris en op 12 september 1927 tot president-commissaris.
W.H.M. Schadee overleed op 19 januari 1931 in Amersfoort. Hij werd 62 jaar oud.