Florian Anton heeft in zijn KNIL-periode een vijftal onderscheidingen ontvangen. Op 22 juli
1893 ontvangt hij de bronzen medaille, met de bijbehorende fl. 12,- gratificatie. Deze onderscheiding werd uitgereikt na 12 jaar trouwe dienst, maar aangezien voor Europeanen de jaren in Nederlands-Indië dubbel telden, kreeg hij deze medaille na zes jaar. Daarnaast ontving hij het ‘Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven’.
Bij dit Ereteken, ook wel ‘Expeditie-Kruis of Kruis voor Krijgsverrichtingen’ genoemd, krijgt hij ook twee gespen. De gespen worden op het lint van het Ereteken gedragen. Een gesp werd toegekend na deelname aan een bepaalde expeditie. De gespen die hij ontving betroffen deelname aan expedities en/of werkzaamheden in Atjeh in de periode 1894 – 1898.
Atjeh is de provincie op Sumatra waar voortdurend strijd werd gevoerd door de bevolking tegen het Nederlands gezag. In 1871 werd Atjeh door een verdrag met het Verenigd Koninkrijk in feite aan Nederland overgedragen, maar aangezien de toenmalige sultan van Atjeh geen medewerking wilde geven aan een voorgestelde overeenkomst, stelde de Nederlandse regering in maart 1873 een ultimatum op. Toen op dit ultimatum geen antwoord kwam, werd de eerste expeditie naar Atjeh uitgezonden. Door het mislukken van deze militaire operatie werd in 1873/1874 een tweede expeditie uitgevoerd. Na het veroveren van het paleis van de sultan werd Atjeh als overwonnen beschouwd. De geschiedenis heeft echter laten zien, dat in de jaren 1874 -1914 de bevolking voortdurend een guerrilla-oorlog met overvallen en moordpartijen uitvoerde.
Deze acties waren voor het militair gezag aanleiding voor tegenacties, die vaak gepaard gingen met zeer gewelddadig optreden tegen de plaatselijke bevolking.
Foto’s uit die periode geven een beeld van ware slachtpartijen. Een bekend voorbeeld is de vernietiging van het dorp Kuta Reh door een eenheid onder bevel van overste Van Daalen, gouverneur van Atjeh. Deze actie is een van de wreedste geweest in de geschiedenis van de Atjeh-oorlog.
In hoeverre Florian Anton daadwerkelijk heeft deelgenomen aan acties is niet bekend. Uit het toekennen van de eretekens met de bijbehorende gespen blijkt in ieder geval zijn betrokkenheid bij de activiteiten van het KNIL in Atjeh.
Florian Anton vertrok dus in augustus 1898 van Padang naar Batavia. De passagierslijst in de ‘Sumatra Courant’ van 19 augustus 1898 laat zien dat aan boord van het ss. ‘Maetsuijcker’ mej. Nesvadba van de Emmahaven in Padang naar Batavia vertrok. Is deze passagier de kleine Corrie en zo ja: wie begeleidde haar? Haar moeder? Op deze lijst komt Florian Anton in ieder geval niet voor. Toch zal hij, al of niet met zijn partner, in die periode zijn vertrokken naar Batavia op Java.
Waarom Florian Anton naar Buitenzorg werd overgeplaatst staat niet beschreven. Misschien werd hij betrokken bij metingen op Java door de Topografische Dienst, misschien kreeg hij een functie bij de opleiding van aangekomen recruten uit Nederland.